Learn for Life
Dutch Platform for International Adult Learning
 
 Learn for Life is lid van 
 
 
 
   Home      SMART


         

SMART: sustainable villages and education    - a new learning partnership

Download the flyer  

D



THere is also a poster with an article available:











Download the full article








Verslag studiereis SMART: duurzaamheid in relatie tot leefbaarheid, Norfolk, Engeland, 1-2 maart 2012

 

donderdag 1 maart 2012: Mattishall    (verslag Jantsje van der Spoel)

 

In Mattishall waren we te gast in het South Green Enterprise Park. Het is een trainingscentrum, conferentie oord, gemeenschapsruimte, restaurant en bedrijfsverzamelgebouw (business incubator). Het trainingscentrum, genaamd Poultec, is een private organisatie die zich o.a. bezig houdt met informatie uitwisseling en trainingen in het ontwikkelen van lokale producten en een slagerij.  We hebben een rondleiding gehad.  Daarna begon een bijeenkomst met actieve dorpsbewoners met als thema Smart Norfolk – lokale duurzaamheid en het aanzwengelen van gemeenschapsactiviteiten.  Er waren vele geïnteresseerde bewoners uit verschillende dorpen aanwezig.

 

Er werden enkele voorbeelden gepresenteerd van hoe in Engeland door dorpen aan duurzaamheid wordt gewerkt. Het eerste was Transition Norwich. Norwich is onderdeel van de internationale beweging Transition Towns. Bij deze transitie gaat het over het bouwen van een gemeenschap, het gebruiken van creativiteit, het managen van grondstoffen en positief denken. Bedreigingen zijn klimaatverandering en het opraken van olie. In Norwich wordt hier o.a. uiting aan gegeven door een blog, Occupy, farmshare, co-housing, verminderde uitstoot van CO2 en de inzet van fietsen. Het is belangrijk om jongeren overal bij te betrekken en hen goed bewust te maken van wat er gebeurt. Vraag blijft hoe je de hele gemeenschap kunt betrekken/bereiken. 

 

Als tweede voorbeeld presenteerde het dorp Aylsham zichzelf. Ze doen mee in de Cittaslow beweging. Deze internationale beweging is intussen opgepikt in 147 gemeenschappen in 24 landen. Het gaat over milieu, infrastructuur, lokale producten, gastvrijheid en het uitdragen van Cittaslow. Activiteiten die in Aylsham o.a. zijn uitgevoerd: voedselfestival, artistieke & muziek evenementen, gespecialiseerde markten en links met andere groepen. Een leuke pilot was: Aylsham zonder plastic tassen. Iedere huishouding kreeg een katoenen tas, die steeds opnieuw gebruikt kon worden. Verder wordt ingezet op gescheiden afvalinzameling, inzameling elektrische apparaten en een Car Club (gedeelde auto). Het blijkt wel dat er voortdurend publiciteit nodig is om de belangstelling gaande te houden. Als opbrengsten voor de gemeenschap worden genoemd: veel media interesse, profiel van het dorp opgevijzeld, beter contact met lokale autoriteiten, paraplu voor projecten en groepen, onderdeel van een (inter)nationaal netwerk en extra stimulans om dingen op te pakken.

 

’s Middags waren er verschillende workshops waar een leuke interactie ontstond tussen lokalen en deelnemers in het internationale project.  Een van de workshops ging over gemeenschapsvervoer.

Verschillende voorbeelden passeerden de revue, zoals een opzet waarbij vrijwilligers met de eigen auto mededorpsbewoners naar ziekenhuizen etc. brengen; een Car Club waar je zo nodig een auto tegen een klein bedrag kunt huren als je lid bent van de club; vervoer met een kleine bus, gereden door vrijwilligers volgens een vaste route en een soort lease van scooters. Er wordt ook in Engeland heel creatief nagedacht over alternatieve vervoersmogelijkheden, het koppelen van diensten en de inzet van vrijwilligers.

Een andere workshop ging over het meer betrekken van de jeugd bij het dorpsleven en vrijwilligerswerk.

Dat zou kunnen door scholen en sportgroepen te benaderen (wel goed als het voor hun club ook wat oplevert). Daarnaast moet vrijwilligerswerk aansprekend zijn, modern en flexibel, maar ook bewust van de waarde, want ook waardering werkt motiverend. Voor de toekomst wordt aangedragen dat jong beginnen met voorlichting, m.n. op scholen, goed kan werken. Maatschappelijke stages kunnen daar een rol bij spelen.

 

Hele herkenbare problematiek waarvoor ook in Nederland op vele verschillende manieren naar creatieve oplossingen wordt gezocht. Leuk om hierover met vrijwilligers en deskundigen in Engeland van gedachten te wisselen.


                     
 

 

Vrijdag 2 maart 2012: Reepham    (verslag Janneke Verdijk)

 

Reepham is een bijzondere dorp; al de dag voor het bezoek horen we van verschillende mensen dat de bewoners erg actief zijn voor hun gemeenschap. Reepham staat bekend om zijn woongenot en sterke sociale cohesie, wordt ons verteld. De resultaten uit het leefbaarheidsonderzoek van de regionale welzijnsinstelling geven inderdaad zeer positieve uitkomsten.

Het hoge zelforganiserende vermogen van Reepham blijkt eveneens uit het feit dat zij winnaar zijn geworden van de ‘Low Carbon Communities Challenge’ (LCCC). Om het dorp duurzamer te maken zijn vrijwilligers verschillende locale initiatieven gestart. Het doel: uitstoot van CO2 verminderen met het oog op de klimaatverandering en aandacht vragen voor het mondiaal opraken van brandstof. Daarnaast zijn zonnepanelen, zonneboilers en een windmolen geplaatst voor het lokaal opwekken van groene energie.

Opvallend aan dit voorbeelddorp is dat het hen gelukt is het hele dorp te betrekken. Waar op de meeste plekken een duurzaam initiatief vaak bij een paar zeer enthousiaste vrijwilligers blijft hangen is het Reepham wel gelukt de bewoners van jong tot oud deel te laten nemen. Dit hebben zij gedaan door voor verschillende doelgroepen passende maatregelen mogelijk te maken. Een paar daarvan hebben de vrijwilligers aan ons laten zien, maar dit is slechts een fractie van het complete project!

Om te beginnen is met projectsubsidie een minibus aangeschaft die rijdt op elektriciteit, voor vervoer van studenten van het voorgezet onderwijs en voor de verenigingen. Groene elektriciteit, van hun eigen windmolen. Daarnaast zijn scholen en openbare gelegenheden voorzien van dubbel glas, zonnepanelen en zonneboilers. Waarna particulieren het goede voorbeeld volgden. Op de basisschool hebben enthousiaste docenten met hun leerlingen een ‘greenteam’ opgezet. Door de kinderen zelf te laten onderzoeken waar de school energie kan besparen, leren de kinderen elkaar om zuiniger te zijn met water en elektriciteit en om afval te scheiden. Tot slot hebben we een bezoek gebracht aan een groot volkstuintjescomplex dat mede dankzij de lokale overheid tot stand is gekomen. De bewoners kweken hier hun eigen groenten en fruit, vaak biologisch. Behalve dat lokaal geteelde producten beter en lekkerder zijn dan producten die honderden kilometers verscheept worden, maakt het mensen ook meer bewust van wat ze eten. En, werd ons verzekerd door een echtpaar dat druk bezig was de zaaibedden klaar te maken voor het nieuwe seizoen, iedereen komt elkaar tegen in de tuintjes dus het is gezellig en goed voor de sociale cohesie.

Kortom, Reepham is een prachtig voorbeeld voor alle Nederlandse dorpen die iets willen gaan doen met duurzaamheid: Steek in op onderwerpen waar de mensen hun hart ligt en ze worden vanzelf enthousiast om op hun eigen manier een steentje bij te dragen aan een duurzamere samenleving.